Waar wij vandaan komen. Hoe het komt dat wij denken

Een vloedgolf aan rampen

| 0 comments

Het noorden van Japan heeft regelmatig zwaar te lijden van aardbevingen, veroorzaakt doordat meerdere stukken aardkorst met horten en stoten langs elkaar en over elkaar schuiven. Zo vond er op 11 maart een onderzeese aardbeving plaats met een kracht van 9,0 op de schaal van Richter. Deze aardbeving had een grote vloedgolf veroorzaakt die over land rolde en daarbij vele gebouwen verwoestte. De aardbeving en de vloedgolf zijn de daar gebouwde kerncentrales teveel geworden. De media maken melding van het ontsnappen uit de beschadigde kerncentrales van radioactieve wolken, zij maken melding van plutonium en uranium, van radioactief jodium en cesium en van zeewater gemengd met borium. Ook wordt verteld van neutronen die instabiele atoomkernen uiteen doen vallen, waardoor weer méér neutronen vrijkomen die nog weer meer atoomkernen uiteen doen vallen in een dreigende razendsnelle explosieve kettingreactie. De radioactieve stralen beschadigen het DNA van levende wezens, zoals mensen, waardoor de cellen niet meer goed functioneren. Dit gaat ten koste van de gezondheid van mensen. Velen maken zich ongerust en ontvluchten de onheilsplek. De media brengen de berichten met beeld maar vooral ook met woord.

 

Van de ‘big bang ramp’ tot nu

Het bovenstaande vormt een complex aan gebeurtenissen, die ieder op een geheel ander niveau zich afspelen. Diametheus schept in zijn boek Geagonia een kader waarin ieder van deze gebeurtenissen kan worden geplaatst, een kader dat de lezer in staat stelt om op Diametheus-specifieke wijze analytisch naar bovenstaande ingewikkelde situaties te kijken. Zo legt Diametheus in hoofdstuk 3 uit hoe vlak na de big bang in het vroege heelal, meer dan dertien miljard jaar geleden (toen jaren nog niet van toepassing waren), deeltjes zoals neutronen en protonen ontstaan (Steven Weinberg in zijn “The First Three Minutes”), hoe daar de elementen waterstof en heliumgas uit ontstaan en hoe daarna hete waterstof- en heliumgaswolken zich samentrekken tot vloeibaar hete hemellichamen, de sterren (Fred Adams en Greg Laughlin in “The five Ages of the Universe”). Ook legt Diametheus uit hoe in sterren de lichtere elementen ontstaan zoals zuurstof, stikstof, koolstof, cesium en borium (George Wallerstein en de zijnen in hun “Synthesis of the Elements in Stars: forty years of progress”). De elementen ontstaan doordat neutronen, protonen en elektronen op element-specifieke wijze worden bijeengebracht.  Verder legt Diametheus uit hoe tijdens gewelddadige explosies van grote sterren (supernova’s, zie ook weer Fred Adams en Greg Laughlin) uit lichte elementen zware elementen gevormd worden zoals het radioactieve uranium en plutonium, waarbij de ster zelf ophoudt te bestaan. Uit dit sterrenpuin ontwikkelen nieuwe sterren en planeten, zoals, vier miljard jaren geleden, ook ons zonnestelsel is ontstaan. Planeten koelen langzaam af, het eerst aan de buitenkant, zodat er een dun korstje ontstaat. Dit korstje scheurt in enkele stukken. Dit is de situatie zoals de Aarde er nu bij staat: de Aarde is een taai-vloeibare planeet met aan het oppervlak enkele stukken aardkorst, die onafhankelijk van elkaar drijven, met elkaar in botsing komen en aan hun randen onder en over elkaar schuiven (zoals in de zee bij Japan), of zich tot hoge bergen plooien (zoals de Himalaya, die ontstaat doordat India en Centraal Azië tegen elkaar duwen). Daar waar de stukken aardkorst van elkaar wegdrijven en het eronder aanwezige magma stolt, ontstaat een nieuw korstje, zoals op de bodem van de Atlantische Oceaan.

Diametheus beschrijft in hoofdstuk 5 hoe in zijn visie op de buitenkant van de aardkorst vier miljard jaar geleden het leven is ontstaan in de vorm van cellen, met DNA als genetische code. In hoofdstukken 6 en 7 beschrijft Diametheus hoe met name vanaf ongeveer één miljard jaar geleden een grote verscheidenheid aan dierlijke levensvormen zich ontwikkelt (Grzymek in zijn dierenencyclopedie “Het Leven der Dieren”), met de mens als één van die levensvormen. In hoofdstuk 8 vertelt Diametheus hoe de mens zichzelf vanaf driehonderd duizend jaar geleden ontwikkelt tot een zeer sociaal wezen dankzij de uitvinding van het woord (Grard Westendorp, “De Spraakmakers”). Het is door de capaciteit tot onderling communiceren dat de mens zich in staat heeft gesteld om individueel zeer snel te leren en daardoor in gezamenlijkheid onder andere kerncentrales en media uit te vinden.

 

De ramp in Japan

Al deze door Diametheus beschreven zaken komen in het noorden van Japan bij elkaar. De rampen maken het de inmiddels dakloze mensen daar wel heel erg zwaar om te overleven, voor ieder individu op zich en voor de locale gemeenschap als geheel. Met ontzetting volgt Diametheus diegenen die hun levens wagen in een laatste poging deze vloedgolf aan rampen beheersbaar te houden.

Sneller dan de radioactieve wolken en wateren verspreiden de berichten zich over de aarde. Anders dan de radioactiviteit, die steeds verder wordt verdund, nemen de berichten aan intensiteit toe in de hoofden van de mensen, naarmate deze zich meer verdiepen in wat zich in Japan afspeelt.

Leave a Reply

Required fields are marked *.