Waar wij vandaan komen. Hoe het komt dat wij denken

Ufo’s en ifo’s

| 0 comments

Geen ufo, maar een ifo

Boaz Amog van de Tel Aviv University heeft vorige week iets heel speciaals getoond in Baltimore. Hij heeft laten zien wat mogelijk is met supergeleidend materiaal. Een blokje saffierkristal, dat in het geheel geen elektriciteit geleidt, werd voorzien van een heel dun laagje metaal van een heel speciale samenstelling, namelijk een laagje van een legering (mengsel) van yttrium – barium – koperoxide. Als men dit blokje enige tijd in vloeibare stikstof legt bij minus 197 graden Celsius, dan krijgt het dunne laagje supergeleidende eigenschappen. Dit houdt in dat er geen elektromagnetisch veld kan ontstaan in dit materiaal. Want zodra het materiaal in een magnetisch veld komt, ontstaan ogenblikkelijk tegengestelde elektrische stroompjes in het materiaal die het opkomend magnetisch veld meteen compenseren en vasthouden (het Meissner effect). Hierdoor kan een gewoon magneetje worden gefixeerd boven de supergeleider (of de supergeleider boven het magneetje), en blijft gewoon in de lucht hangen. Dit is prachtig te zien in een filmpje dat is gemaakt in Baltimore. Het lijkt op een ufo (unidentified flying object), maar is met zekerheid een ifo (identified flying object).

Bose-condensatie uitgelegd in Geagonia

Diametheus beschrijft in paragraaf 7 van hoofdstuk 2 van zijn boek “Geagonia” hoe in supergeleidende materialen bij een temperatuur van 1 a 2 Kelvin (minus 271 graden Celsius), in vloeibaar helium, elektronen paren gaan vormen, die, zonder dat dat energie kost, door het materiaal kunnen stromen. Dit wordt Bose-condensatie genoemd. Zodra er een magnetisch veld in de buurt komt van het supergeleidend materiaal bewegen de elektronenparen in een richting tegengesteld aan de lijnen van het magnetisch veld, zodat in het supergeleidend materiaal geen magnetisch veld kan ontstaan.

 

Geen leven zonder water als “supergeleider”

Verder maakt Diametheus in zijn boek Geagonia een analogie tussen water en supergeleidende materialen. Watermoleculen namelijk zijn heel kleine permanente magneetjes. Eiwitmoleculen zijn veelal veel groter dan watermoleculen en vertonen bovendien allerlei elektrische ladingen aan hun oppervlak, ze hebben een soort van elektromagnetisch landschap aan hun oppervlak. De positieve delen van het oppervlak trekken aan de negatieve delen zodat een dergelijk molecuul in elkaar klapt vanwege die magnetische krachten. Althans, dit zou gebeuren wanneer het eiwitmolecuul op het droge was. Maar wanneer dit eiwitmolecuul in water zweeft, richten de watermoleculen, die heel dicht in de buurt zijn van het eiwitmolecuul, zich naar het magnetisch veld rond het eiwitmolecuul. De plus-kanten van de watermoleculen richten zich naar de min-kanten van het eiwitmolecuul, en andersom. Daardoor worden de magnetische krachten tussen de verschillende oppervlakken van het eiwitmolecuul opgeheven en klapt het eiwitmolecuul niet in elkaar en kan het zijn biologische functie uitoefenen. Dit is geldig voor alle eiwitmoleculen die in het waterig milieu van levende wezens aanwezig zijn; eiwitmoleculen zijn dus ifo’s in het water (identified floating objects). Water heeft dus de zeer bijzondere eigenschap dat het magnetische velden, die in het water dreigen te ontstaan, ogenblikkelijk kan neutraliseren; het lijkt daardoor op supergeleidend materiaal. Diametheus stelt dat het is vanwege deze heel bijzondere eigenschap van water dat het leven überhaupt heeft kunnen ontstaan.

Leave a Reply

Required fields are marked *.