Waar wij vandaan komen. Hoe het komt dat wij denken

moleculen (1)

Boze bacteriën, vieze virusjes en de zoete zeikziekte

| 0 comments

Alles wat leeft bestaat uit moleculen. Moleculen zijn niets geheimzinnigs. Moleculen zijn even werkelijk als de stoel waarop u zit. Sterker zelfs, de stoel waarop u zit is volledig uit moleculen opgebouwd, u zit met uw uit moleculen opgebouwde achterwerk op de moleculen van de stoel.

Nu, omdat alles wat leeft uit moleculen bestaat, bestaan ook bacteriën en virussen uit moleculen. Elke soort van bacterie en elke soort van virus bestaat uit moleculen die heel specifieke, driedimensionale vormen hebben. Doordat de moleculen waaruit bacteriën en virussen bestaan verschillend gevormd zijn, is het ook mogelijk om die bacteriën en virussen aan de hand van de vorm van deze moleculen te herkennen.

Boze bacteriën en vieze virussen

Zodra een boze bacterie of een vies virusje een lichaam binnenkomt, dan zijn er cellen in het lichaam (deze cellen bestaan uiteraard ook uit moleculen met specifieke vorm) die herkennen dat die boze bacterie of dat vies virusje het lichaam is binnengekomen. Die cellen gaan vervolgens nieuwe moleculen aanmaken die op zulk een wijze zijn gevormd, dat die precies als een mal aan de moleculen van de boze bacterie of het vies virusje gaan plakken, zodat die boze bacterie of dat vies virusje niets meer kan doen.

Net zoals wanneer de politieman een enkelband legt om de enkel van een boef, met aan die enkelband een grote ijzeren kogel, zodat de boef niet meer kan weglopen, zo maken de door de cellen (immuuncellen) aangemaakte moleculen (antilichamen) de boze bacterie en het vies virusje (ziektekiemen) onbeweeglijk (ze zijn “gearresteerd” zogezegd); vervolgens komen er andere immuuncellen (bv veelvraatcellen, zogenaamde macrofagen) af op de gearresteerde bacterie en virus en eten ze op, zodat deze zich niet meer kunnen vermenigvuldigen en de patiënt ziek maken.

Vaccineren

Nu heeft men reeds langere tijd geleden in het laboratorium ontdekt, dat het mogelijk is om van boze bacteriën en vieze virussen moleculen te isoleren en na te (laten) maken, en deze in de patiënt in te spuiten. Deze patiënt maakt daardoor antilichaammoleculen aan, zodat, wanneer de patiënt op een later tijdstip (bijvoorbeeld na een jaar) door betreffende boze bacterie of vies virus wordt aangevallen, die antilichaammoleculen meteen de boze bacterie of het vies virusje onschadelijk kan maken. Dit inspuiten van moleculen heet “vaccineren”.

Zoete zeikziekte

Mensen bestaan uit cellen, die op hun beurt  uit moleculen bestaan. Binnen in de cellen gebeurt er van alles, zoals het in elkaar schuiven van spiermoleculen, zodat men bijvoorbeeld de arm kan buigen. Hiervoor is energie nodig. Deze energie wordt geleverd door glucosemoleculen (“glucose”). Dus moeten de glucosemoleculen uit de voeding via de darmen en het bloed door de wand van de spiercel naar binnen. Dit kunnen die glucosemoleculen niet zomaar. Daarvoor is het nodig dat insulinemoleculen (“insuline”) de spiercelwand openen. Als er geen insulinemoleculen zijn, dan kunnen geen glucosemoleculen de spiercel in. Dan voelt men zich slap, en de glucosemoleculen worden in de urine uitgescheiden. De urine krijgt daarom een zoete smaak (“mellitus”). Bovendien trekken de glucosemoleculen heel veel watermoleculen mee, dus wordt er veel urine (ook wel “zeik” genoemd) gevormd. Het tekort aan insulinemoleculen is een ziekte, die men dus “de zoete zeikziekte” zou kunnen noemen. Deze ziekte staat beter bekend onder de naam “diabetes (mellitus)”. In de hele wereld zijn er enkele honderden miljoenen mensen die aan diabetes lijden.

Vaccineren tegen de zoete zeikziekte

Het komt voor dat de immuuncellen  zich vergissen en per ongeluk antilichaammoleculen maken die gewone cellen in het eigen lichaam aanvallen en kapot maken. Zulk een aanval wordt dan gepleegd door auto-immuuncellen, tegen bijvoorbeeld insulinemoleculen producerende cellen in de alvleesklier. Indien het deze laatste cellen zijn die kapot gemaakt worden door antilchaammoleculen geproduceerd door auto-immuuncellen, dan kunnen er geen insulinemoleculen meer worden gemaakt, en ontstaat de zoete zeikziekte. Nu heeft Professor Bart Roep uit Leiden ontdekt dat bij mensen die deze ziekte hebben, er in de alvleesklier toch altijd nog wel enkele insulinemoleculenproducerende cellen zijn, die niet kapot zijn gemaakt, maar slechts “niet actief” zijn. Deze vondst is van belang, want het biedt (heel voorzichtig) de mogelijkheid in het laboratorium om moleculen te isoleren uit die auto-immuuncellen, die antilichaammoleculen maken tegen de insulinemoleculen producerende cellen in de alvleesklier. Wanneer nu deze uit auto-immuuncellen geisoleerde moleculen worden ingespoten in de patient, dan maakt de patient antilichaammoleculen aan tegen de auto-immuuncellen die antilichaammoleculen maken tegen de insulinemoleculen producerende cellen in de alvleesklier. En dan zou het kunnen gebeuren dat de niet kapotgemaakte, niet-actieve insulinemoleculen producerende cellen weer wél actief worden en insulinemoleculen gaan aanmaken, zodat glucosemoleculen weer de spiercellen ingesluisd kunnen worden; daarmee zou de patiënt geen patiënt meer zijn, en geen diabetes meer hebben. Met andere woorden, het is niet uitgesloten dat er een vaccin kan worden gemaakt tegen diabetes mellitus.

Een andere optie is dat in het laboratorium meteen deze anti-[anti-insuline antilichaammoleculenproducerende cellen]-autoimmuuncel-antilichaammoleculen worden gemaakt (dit zijn dan immunoglobulinen) om deze direct in de patient te injecteren. Ook dan worden de auto-immuuncellen die antilichaammoleculen aanmaken tegen de insulinemoleculenproducerende cellen in de alvleesklier, kapot gemaakt. Met hetzelfde effect, namelijk dat de patient geneest van diabetes mellitus.

En hiermee demonstreert Diametheus dat men in termen van moleculen moet denken als het om leven en ziekte gaat. Vaccins ontwerpen in onze tijd is  meespelen met het miljarden jaren oude moleculaire spel van het leven.

Leave a Reply

Required fields are marked *.